dierenartsonline
dierenspeciaalzaken
dierenartsen
fokker
rassen
home|contact|disclaimer



door Herman Aa
www.dierenadviesonline.nl


Melkkliergezwellen bij de hond

Inleiding
Melkkliergezwellen zijn de meest voorkomende soort gezwellen bij de hond. Ze kunnen zowel goed- als kwaadaardig zijn. Bij oudere teven voelen we knobbeltjes onder de buik in de buurt van de tepels.

Voorkomen
De aandoening komt uitsluitend bij teven voor. De dieren zijn vaak van middelbare leeftijd (+/- 7 jaar) als de eerste knobbeltjes ontstaan. Honden die jong gesteriliseerd zijn, dat wil zeggen voor de vijfde loopsheid, lopen veel minder risico. Dieren die veel met antiloopsheidpreparaten (prikpil bijvoorbeeld) behandeld zijn, hebben meer kans op problemen. Het maakt geen verschil of de teven jongen gehad hebben.

Oorzaak
De oorzaak is, zoals bij ieder gezwel, een ontsporing van de normale celgroei.  De groei van cellen wordt door het lichaam strak in de hand gehouden.  Er mogen er niet te veel of te weinig zijn.  Bij tumoren gaat de groei ongeremd door, met alle gevolgen van dien. Dat hormonen bij het ontstaan van melkliergezwellen een belangrijke rol spelen, blijkt uit het feit dat jong gesteriliseerde teven bijna nooit gezwellen krijgen, terwijl niet gesteriliseerde dieren vaak tumoren ontwikkelen. Het geven van extra hormonen (antiloopsheidmiddelen) doet het risico toenemen.

Diagnose
Het is niet zo moeilijk om vast te stellen of een dier gezwellen in de melkklieren heeft. Onder de buik zijn dan in de buurt van de tepels, onderhuidse knobbels voelbaar. Het is helaas niet mogelijk om aan de buitenkant te zien of een knobbel goed- of kwaadaardig is. Een extra probleem is dat melkkliergezwellen goedaardig kunnen beginnen maar later toch kwaadaardig worden. Bij het onderzoek letten we op de grootte, plaats, aantal en verplaatsbaarheid van de knobbels. Het is mogelijk om door het wegnemen en laten onderzoeken van een stukje weefsel, vast te stellen om wat voor soort gezwel het gaat. 
 

 

Melkkliergezwellen bij de kat

Inleiding
Melkkliergezwellen zijn de meest voorkomende gezwellen bij de kat.
Ze kunnen zowel goed- als kwaadaardig zijn. Bij de poes voelen we knobbeltjes onder de buik in de buurt van de tepels.

Voorkomen
De aandoening komt bijna alleen bij poezen voor.
De dieren zijn vaak van middelbare leeftijd ( 7 jaar) als de eerste knobbeltjes ontstaan.
Poezen die jong gesteriliseerd zijn, dat wil zeggen voor de vijfde krolsheid, lopen veel minder risico. Dieren die veel met antikrolsheid preparaten (de poezepil bijvoorbeeld) behandeld zijn, hebben meer kans op problemen. Het maakt geen verschil of de poezen jongen gehad hebben.

Oorzaak
De oorzaak is, zoals bij ieder gezwel, een ontsporing van de normale celgroei.
De groei van cellen wordt door het lichaam strak in de hand gehouden. Er mogen niet te veel of te weinig
zijn. Bij tumoren gaat de groei ongeremd door, met alle gevolgen van dien.
Dat hormonen bij het ontstaan van melkliergezwellen een belangrijke rol spelen, blijkt uit het feit dat jong
gesteriliseerde katten bijna nooit gezwellen krijgen, terwijl niet gesteriliseerde dieren vaak tumoren ontwikkelen.
Het geven van extra hormonen (zoals de poezepil) doet het risico flink toenemen.

Diagnose
Het is niet zo moeilijk om vast te stellen of een dier gezwellen in de melkklieren heeft.
Onder de buik zijn dan in de buurt van de tepels, onderhuidse knobbels voelbaar. Het is helaas niet mogelijk om aan de buitenkant te zien of een
knobbel goed- of kwaadaardig is.
Een extra probleem is dat melkkliergezwellen goedaardig kunnen beginnen maar later toch kwaadaardig kunnen worden.
Bij katten is het merendeel van de gezwellen kwaadaardig, zeker bij oudere dieren die de pil gehad hebben.
Bij het onderzoek letten we op grootte, plaats, aantal en
verplaatsbaarheid van de knobbels.
Het is mogelijk om door het wegnemen en laten onderzoeken van een stukje weefsel, vast te stellen om wat voor soort gezwel
het gaat.
Nadeel is dat het gezwel zelf blijft zitten, waardoor vaak een tweede operatie nodig is.
Bij een goedaardig gezwel is er bovendien kans dat wanneer het blijft zitten, het later toch nog ontaardt in een kwaadaardig